Hengelen (november 2020)

Ik heb niks met vissen; op een ongemakkelijk campingstoeltje aan een zompig slootje je tijd verdoen met staren naar een drijvend stukje plastic is gewoonweg niet mijn ding. Ik moest daaraan denken toen ik deze week, op de achterbumper van de auto voor me, een sticker met de illustere tekst ‘ik hang ‘m in het water’ onder ogen kreeg. Gelukkig stond er een afbeelding van een hengelaar bij, zodat over ’s mans eerzame bedoelingen geen twijfel bestond. Iemand met een smerige inborst, die daarbij ook nog eens zo visueel ingesteld is als ik, zou zich zomaar andere dingen in de kop kunnen halen nietwaar?

Nee, vissen is niks voor mij, vis des te meer. Een bezoek aan de weekmarkt is niet compleet zonder in ravigotesaus verzopen kibbeling en een haastig rondje over de kermis met aansluitend een heleboel rondjes in mijn stamkroeg doen mij tegen sluitingstijd bijna als vanzelf naar de viskraam wankelen voor een van olie druipende gebakken vis. Ook ben ik er stellig van overtuigd dat de almachtige God, nadat hij op de zevende dag gerust had, op de achtste dag wakker werd en eigenlijk meteen bedacht dat een, van zichzelf al overheerlijke, moddervette Hollandse Nieuwe nóg lekkerder is met een flinke portie uitjes. En nee, niet braaf in mootjes aan een prikkertje met zo’n bezopen vlaggetje, zelfs niet met een glaasje korenwijn ernaast; gewoon het rauwe haringlijkje bij de staart pakken, het hoofd achterovergooien en het kadavertje soepeltjes naar binnen laten glijden.

Laat het duidelijk zijn; ik heb helemaal niets tegen vissers; integendeel. Voor zover ik het kan bekijken zijn hengelaars over het algemeen zachtaardige, geduldige en vriendelijke mensen waarvan je niets te vrezen hebt. Tenzij je een forel of karper bent natuurlijk. Je kunt het stukken beroerder treffen; je zult maar een Limburger, een crimineel of, erger nog, een advocaat in je familie of vriendenkring hebben. Hiermee wil ik niet insinueren dat alle slecht Duitssprekende Belgen en alle wetsovertreders niet deugen, maar toch.

Met de bezigheid ‘sportvissen’ heb ik persoonlijk meer moeite. Eigenlijk zie ik er gewoon de lol niet van in zo’n beestje, dat niemand kwaad doet, aan een kram door zijn lip of door zijn gehemelte uit het water te hijsen. Sowieso lijkt me zo’n haak in je vlees bijzonder onprettig. Mocht u het willen proberen; ik stel graag een fors bemeten vleeshaak ter beschikking en ik ben eventueel ook nog wel bereid u hieraan op te takelen. Maar goed; daarna wordt het amechtig naar adem happende beest vastgepakt, iets wat het aan het krampachtig gespartel te zien niet echt lekker vindt, wordt de haak niet al te zachtzinnig verwijderd en wordt de stakker teruggegooid. Helemaal klaar voor de volgende ‘sportman’ die hem te grazen wil nemen.

Ik heb hier stukken minder problemen mee als die vis na het vangen gewoon de pan in gaat. Ze springen daar niet vanzelf in wanneer je honger hebt, dus beesten uit het water trekken voor consumptie; daar kan ik dan weer wel prima mee leven. En mocht u nu eens een fors bemeten regenboogforel aan de haak krijgen en u heeft de vriezer nog vol liggen; aarzel dan vooral niet die bij mij af te geven. Het vangen is aan mij niet besteed, dat weet u inmiddels, maar het schoonmaken, bakken en vooral het verorberen gaat me uitstekend af.